Roodvonk
Er zijn op school het afgelopen jaar enkele gevallen van roodvonk gemeld. Wij hebben contact gehad met de GGD Brabant-Zuidoost en kregen onderstaande informatie:
Wat is het?
Roodvonk is een besmettelijke vlekjesziekte die veroorzaakt wordt door een bacterie (streptokok). De bacterie kan ook andere ziektes veroorzaken zoals krentenbaard (impetigo) en keelontsteking. Deze informatie gaat alleen over roodvonk.
Waar en hoe kan je het oplopen?
Veel mensen dragen de bacterie bij zich zonder ziek te zijn. Bij deze mensen zit de bacterie in de neus, keel of op de huid. Door hoesten, praten en niezen, komt de bacterie in de lucht en kan door een ander ingeademd worden. Zo kan besmetting optreden.
Ziekteverschijnselen.
Een overwegend milde ziekte met meestal op de 2e dag kleine, felrode vlekjes in de liezen, onder de oksel en in de nek. De huid met de vlekjes ziet eruit als (rood) kippenvel en voelt aan als schuurpapier. De vlekjes verspreiden zich over het hele lichaam, behalve rond de neus en mond. Ook op de tong verschijnen felrode puntjes, zodat het oppervlak op een framboos gaat lijken. Na een paar dagen kan de huid gaan vervellen, vooral aan de toppen van vingers en tenen.
Duur van de verschijnselen.
Niet iedereen wordt ziek na besmetting. Als er verschijnselen van roodvonk optreden gebeurt dat meestal 2 tot 7 dagen na de besmetting.
Afweer.
Door roodvonk ontstaat afweer tegen de ziekte. Na het doormaken van de ziekte is de kans klein om opnieuw roodvonk te krijgen.
Welke mensen lopen (extra) risico?
Roodvonk komt het meest voor bij kinderen van 3 tot 6 jaar.
Besmettelijk voor anderen.
Mensen kunnen elkaar besmetten. Na het begin van de ziekteverschijnselen is de roodvonkpatiënt nog 3 weken besmettelijk, totdat de vervelling voorbij is. Als de patiënt behandeld wordt met antibiotica is hij na 2 tot 3 dagen al niet meer besmettelijk.
Maatregelen om de ziekte te voorkomen.
Omdat veel mensen de bacterie bij zich dragen zonder ziek te zijn is besmetting niet helemaal te voorkomen. Er is geen vaccin tegen de ziekte
Huisarts.
Raadpleeg de huisarts bij verschijnselen die horen bij roodvonk.
Behandeling.
De ziekte kan worden behandeld met antibiotica.
Genezing. De meeste mensen herstellen volledig van de ziekte.
Complicaties.
In zeldzame gevallen treden complicaties op. De nieren en gewrichten kunnen door de ziekte ontstoken raken.
Extra maatregelen.
Houd de hand voor de neus en mond bij hoesten en niezen. Het is het beste om daarna de handen te wassen. Leer kinderen dit ook. Het is nog beter om een papieren zakdoekje te gebruiken en dat daarna weg te gooien.
Dagverblijf, school, werk.
Als een kind met roodvonk zich goed voelt kan het gewoon naar het dagverblijf, de peuterspeelzaal of school. Een kind met roodvonk is al besmettelijk voordat het ziek is. Daarom kunnen andere kinderen als besmet zijn. Thuishouden van het zieke kind helpt niet om verspreiding van de ziekte te voorkomen. Informeer wel de leiding, omdat het om een besmettelijke ziekte gaat. De leiding kan dan andere ouders informeren, zodat die alert kunnen zijn op verschijnselen van roodvonk bij hun kind.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de GGD Brabant-Zuidoost, team infectieziektebestrijding, telefoon: 08800-31333 08800-31333 .
Oefenprogramma's
Regelmatig willen ouders bepaalde leerstof oefenen, waar hun kind(eren) nog moeite mee hebben. Ze zoeken dan van alles bij elkaar op internet. Dit kost veel tijd, terwijl er al een heleboel leerstof terug te vinden is op de site van de Leilinde: www.deleilinde.nl. Daarna gaat u naar 'kinderen à aanraders en spelletjes'. Een stukje onder de sterrretjes van 'nieuw' vind je oefenprogramma’s: 'Alles voor groep …'
Op deze site vind je alle leerstof per vak bij elkaar staan. Zeker de moeite waard.
Succes met het bekijken en het oefenen.
Internetprotocol
Ook op de Leilinde hebben we een internetprotocol, waar iedereen zich aan dient te houden.
Je vindt dat hier :
Protocol Internetgebruik
Voor je het Internet opgaat, is het verstandig bij een aantal zaken stil te staan en goede afspraken te maken.
Protocol (veilig) internetten
Voor je met kinderen het Internet op gaat is het verstandig bij een aantal zaken stil te staan en afspraken te maken.
· Schrijf nooit je naam met je adres of telefoonnummer in een E-mailbericht (wil je het toch doen, vraag dan altijd aan je leraar of dit mag).
· Krijg je E-mailberichtjes die je niet leuk of raar vindt? (Vertel dat dan meteen aan je leraar).
· Op vragen om te "downloaden" is het antwoord in principe altijd nee. Bij twijfel vraag het aan de ICT-coördinator.
· "Chatten" is op school alleen via de chatbox op de homepage van school toegestaan.
De volgende regels zijn opgesteld door The National Center for Missing and Exploited Children in de Verenigde Staten en vormen misschien een basis om afspraken met kinderen te maken (leg eventueel ook de link naar de thuissituatie):
· Ik zal nooit mijn persoonlijke informatie doorgeven op Internet zoals: mijn naam, adres en telefoonnummer, het werkadres en telefoonnummer van mijn ouders of het adres van mijn school zonder toestemming van mijn ouders/leraar.
· Ik vertel het mijn ouders/leraar meteen als ik informatie zie waardoor ik me niet prettig voel.
· Ik zal nooit afspreken met iemand die ik "online" op Internet heb ontmoet, zonder toestemming van mijn ouders/leraar.
· Ik zal nooit op E-mailberichten een foto of iets anders van mijzelf over internet sturen zonder toestemming van mijn ouders/leraar.
· Ik zal nooit op E-mailberichten antwoorden die onprettig zijn. Het is niet mijn schuld dat ik zulke berichten krijg en vertel het meteen aan mijn ouders/leraar, zodat zij maatregelen kunnen nemen.
· Ik spreek met mijn ouders/leraar af op welk tijdstip en hoe lang ik op Internet mag en van welke programma's ik gebruik mag maken.
Internet, indien goed gebruikt, is een fantastisch medium is, waarmee de kinderen moeten leren omgaan. Zowel met de goede kanten als met de slechte kanten. Maar is dat niet met alles zo in onze maatschappij?
Protocol Gebruik Internet basisschool De Leilinde
Wat is een protocol?
Een protocol is een lijst met afspraken die je met iemand maakt. In een protocol staan dus regels waaraan je je moet houden. Als je akkoord gaat met die regels kun je dat laten zien door het protocol te ondertekenen. Dat betekent dus wel dat wij ervan uitgaan dat je je aan die regels gaat houden.
Neem deze afspraken heel goed in je op. Pas dan kun je gaan internetten.
De afspraken
- Ik zal nooit mijn persoonlijke informatie doorgeven op Internet zoals:
mijn achternaam, adres en telefoonnummer, het telefoonnummer van mijn ouders of het adres van mijn school zonder toestemming van mijn juf of meester.
- Bij gebruik van een zoekmachine gebruik ik normale woorden ( zoektermen). Ik zoek geen woorden die te maken hebben met grof woordgebruik, seks en geweld. Bij twijfel overleg ik met de meester of juf.
- Bestanden van Internet naar je eigen computer halen heet downloaden. Je mag geen enkel bestand downloaden.
- "Chatten" is op school niet toegestaan. Dat mag alleen als de juf of meester opdracht geeft om te chatten. Gebruik van MSN is dus ook verboden.
- Vertel de meester of juf meteen als je informatie ziet die volgens jou niet door de beugel kan.
- Ik zal nooit afspreken met iemand die ik "online" op Internet heb ontmoet, (chatten mag immers niet).
- Ik zal nooit een foto of iets anders van mijzelf per e-mail versturen zonder toestemming van mijn meester of juf.
- Als ik een mailtje verstuur gebruik ik geen vervelende en groffe woorden.
- Ik stuur geen mail met de bedoeling iemand te pesten.
- Ik zal nooit op e-mailberichten antwoorden die onprettig of raar zijn. Het is niet mijn schuld dat ik zulke berichten krijg en vertel het meteen mijn meester of juf, zodat zij maatregelen kunnen nemen.
- Houd er rekening mee dat we regelmatig kijken of je correct aan het internetten bent.
- Tijdens de pauzes wordt er niet gecomputerd!
Overige afspraken computergebruik
Ook wanneer er niet op internet wordt gewerkt moeten we ons houden aan afspraken.
De belangrijkste staan opgenoemd in de onderstaande lijst.
Alleen wanneer de meester of de juffrouw daar duidelijk toestemming voor geeft mag je afwijken van deze afspraken.
Als ik dit protocol onderteken, maar me er toch niet aan houd, vervalt mijn recht om op school te mogen internetten.
Internet Protocol bs De Leilinde
1. Ik geef nooit persoonlijke gegevens door zonder toestemming. *)
2. Ik verstuur nooit een foto of iets anders van mijzelf per e-mail. *)
3. Ik maak nooit een afspraak met iemand die ik op het internet heb ontmoet.
4. Ik antwoord nooit op rare of onprettige berichten. (Ik vertel het wel meteen aan de meester of juffrouw!)
5. Ik let steeds op mijn woordgebruik: In mijn mailtjes gebruik ik altijd nette taal.
6. Ik ga niet op zoek naar sites met seks en geweld. *)
7. Ik vertel het de meester of de juffrouw meteen als ik op internet ergens van ben geschrokken.
8. "Chatten" is op school niet toegestaan. Gebruik van MSN is dus ook verboden. *)
9. Ik gebruik geen mail om iemand te pesten.
10. Ik download geen enkel bestand naar de computer van de school. *)
11. Ik spreek met de juf of meester af wanneer en hoe lang ik op Internet mag en welke programma's ik mag gebruiken.
12. Ik mag alleen met toestemming van de meester of juf iets uit printen.
13. Ik weet dat ik één maand niet mag computeren wanneer ik me niet houd aan deze afspraken.
*) Bij twijfel overleg ik met de meester of juf.
Handtekening __________________________________
Afspraken computergebruik bs De Leilinde
1. Tijdens het werken aan de computer:
Ø wordt er géén muziek op de achtergrond afgespeeld.
Ø worden er geen spelletjes gespeeld.
Ø worden er géén clipjes afgespeeld.
Ø worden er géén filmpjes van YouTube of andere websites afgespeeld.
Ø met een programma met geluid (met koptelefoon) maak je zelf geen onnodig geluid.
Ø zorg je er voor dat je andere kinderen niet stoort of afleidt.
Ø mag je niet eten, drinken of snoepen
Ø mag je alléén printen met toestemming van de meester of de juf
2. Andere afspraken:
Ø Er wordt tijdens de pauzes niet gecomputerd
Ø Je mag nooit inloggen onder de naam van iemand anders.
Ø Er passen hoogstens twee kinderen achter de computer.
Ø Je loopt niet van je plaats met de koptelefoon op.
Ø Als je beurt of de tijd om is log je uit.
Ø Je sluit de computer af als je de laatste gebruiker bent.
Ø Materiaal dat je tijdens je computerbeurt hebt gebruikt ruim je op als je stopt.
Ø Het gebruik van internet is alleen toegestaan als je een opdracht voor school moet maken.
Ø Chatten, sms-berichten versturen, weblogs bekijken, filmpjes bekijken, downloaden/uploaden van bestanden en (online) spelletjes zijn niet toegestaan.
Ø Het downloaden van illegale bestanden is verboden.
Ø Het is verboden iets aan te sluiten of los te koppelen aan de achterkant van de computerkast.
Leefstijl
Zicht op De Leilinde
Leefstijl
Net als veel andere scholen besteedt de Leilinde gericht aandacht aan de ontwikkeling van sociaal-emotionele vaardigheden. Wij maken daarbij gebruik van Leefstijl, een methode die wereldwijd gebruikt wordt en sinds 1990 ook in Nederland wordt toegepast.
De leefstijllessen zijn erop gericht om kinderen op ongedwongen wijze vaardigheden te leren die in de moderne samenleving onmisbaar zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om samen spelen; praten en luisteren; rekening houden met elkaar; omgaan met gevoelens en met verschillen; zelf beslissingen durven nemen, en opkomen voor jezelf.
Het leefstijlprogramma is opgebouwd uit zes thema’s, die steeds uit vier lessen bestaan. Op school werken alle groepen tegelijkertijd aan hetzelfde thema, waarbij in ieder leerjaar uiteraard andere accenten worden gelegd. Geen enkele leefstijlles is hetzelfde.
We starten deze week met het eerste thema: De groep? Dat zijn wij.
In deze lessenserie besteden we vooral aandacht aan de sfeer in de groep. Als deze goed is, voelen kinderen zich beter op hun gemak: zowel bij elkaar als bij hun leerkracht. Dit is goed voor hun persoonlijke ontwikkeling en de creativiteit binnen de groep.
Wij hopen u zo voldoende te hebben geïnformeerd. Hebt u nog vragen, loop dan gerust even bij de leerkracht van uw kind binnen.
Onderzoek heeft uitgewezen dat betrokkenheid van de ouders een zeer gunstige invloed heeft op de prestaties en het gedrag van kinderen. De school wil ouders betrekken bij datgene waar zij mee bezig zijn. Daarom organiseren we dit jaar een drietal bijeenkomsten voor ouders in het kader van Leefstijl. De komende jaren willen we dat steeds herhalen met wisselende thema's.
De eerste dit jaar is een bijeenkomst waarbij alle ouders van de school worden uitgenodigd. Het onderwerp dat we dan willen bespreken is een onderwerp dat past bij alle kinderen van groep 1 t/m 8.
Het onderwerp is "Regels en grenzen stellen". De volgende twee bijeenkomsten zijn gepland in april. E?n voor de onderbouw (groep 1 t/m 4) en ??n voor de bovenbouw (groep 5 t/m 8). Voor de onderbouw is gekozen voor het onderwerp: "Hoe stimuleer je ontwikkeling en voorkom je ongewenst gedrag?" En voor de bovenbouw: "Samen conflicten oplossen".
We hebben deze splitsing gemaakt omdat je dan de onderwerpen toch meer leeftijd gerelateerd kunt bespreken. We hopen jullie allemaal op één van deze bijeenkomsten te mogen begroeten.
Zicht op de Leilinde
Vervoer van kinderen
De wet
Algemeen: in de Wegenverkeerswet staat nadrukkelijk dat je onder alle omstandigheden het andere verkeer niet in gevaar mag brengen.
Lopend: voetgangers moeten gebruik maken van het trottoir of het voetpad. Voetgangers gebruiken het fietspad of fiets-/bromfietspad als er geen trottoir of voetpad is. Is er ook geen fietspad of fiets-/bromfietspad, dan moeten voetgangers de wegberm gebruiken of de uiterste zijde van de rijbaan.
Skaters, skeelers, steppers en rolschaatsers vallen onder de regels van voetgangers. Met het oog op de snelheidsverschillen is hier het algemene artikel het overige verkeer niet in gevaar te brengen erg belangrijk.
Per fiets: de fietser moet gebruik maken van het fietspad of fiets-/bromfietspad indien dit aanwezig is en anders moet aan de meest rechter zijde van de weg gefietst worden. Natuurlijk moet de fiets aan de veiligheidseisen voldoen. Fietsers mogen met zijn twee?n naast elkaar fietsen mits zij het overige verkeer niet in gevaar brengen.
Fietsverlichting: fietsen moeten voorzien zijn van een niet-driehoekige rode reflector aan de achterkant, witte of gele retroreflectoren aan de wielen en vier ambergele of gele retroreflectoren aan de trappers. Bij slecht weer waarbij het zicht wordt belemmerd en als het donker is moeten fietsers voor- en achterlicht voeren.
Achterop de fiets: kinderen beneden de acht jaar mogen alleen achterop de fiets vervoerd worden als ze zitten op een doelmatige en veilige zitplaats met voldoende steun voor de rug, handen en voeten.
Fietsaanhanger: deze aanhangers mogen niet meer dan 1 meter breed zijn en ze moeten voorzien zijn van reflectoren.
Achterop de bromfiets: ook hier moeten kinderen onder de acht jaar een doelmatige en veilige zitplaats hebben met voldoende steun voor de rug, handen en voeten. Bovendien moeten ook passagiers een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd. De helm moet zijn voorzien van een goedkeuringsmerk. Vervoer in de laadbak van een bromfiets mag niet, en ook niet in of op een aanhanger.
Achterop de snorfiets: hiervoor gelden dezelfde regels als op de bromfiets. Een helm is niet verplicht.
In de auto: De basisregel is dat alle kinderen kleiner dan 1,35 meter met een maximaal gewicht van 36 kilo zowel voorin als achterin een geschikt en goedgekeurd kinderzitje of zitting verhoger moeten gebruiken. Anderen moeten de veiligheidsgordel gebruiken.
Van weektakenbord tot taakbrief.
U hebt vast via uw kind gehoord dat ze op school werken met een weektakenbord, kiesbord, weektaken
of taakbrieven.
Wij willen u hieronder uitleggen wat wij op de Leilinde beogen met deze werkvormen.
Op deze manier willen wij o.a onderwijs op maat bieden.
De opdrachten die kinderen uitvoeren bij deze zelfstandig te verwerken opdrachten, sluiten zoveel mogelijk
aan bij hun eigen niveau van ontwikkeling.
leerlingen die meer aan kunnen maken opdrachten van een ander niveau dan kinderen die minder aan
kunnen.
Binnen deze werkvormen is sprake van hoge mate van zelfstandigheid.
We leren de kinderen op deze manier om hun werk te plannen, verantwoordelijkheid dragen voor hun
opgekregen taken, om om te gaan met uitgestelde aandacht, om probleemoplossend te denken, samen
werken, enz.
De kleuters hanteren tijdens het speel/werkuur een weektakenbord. Door middel van pictogrammen
krijgen de kleuters taken toebedeeld die ze in deze week moeten maken. Ze mogen daarbij zelf bepalen
op welke dag of op welk moment ze hun taken volbrengen. Dagelijks wordt het takenbord besproken
en aan het einde van de week wordt er ge?valueerd.
De groepen drie en vier werken met het kiesbord. Daarop staat een aantal opdrachten waaruit de
leerlingen dagelijks naar hun eigen niveau,een keuze maken.
De groepen vijf tot en met acht hanteren een weektaak of taakbrief.
Daarop staan gevarieerde opdrachten van verschillend niveau waarmee ze tijdens het zelfstandig
werken aan de slag gaan. Door middel van tekens kan elke leerling zien welke taken hij of zij moet
maken.
Tijdens al deze activiteiten heeft de leerkracht de mogelijkheid om extra aandacht te geven aan l
eerlingen die dit nodig hebben.

Naar het voortgezet onderwijs
De Leilinde stelt zich ten doel om uit iedere leerling het maximale te halen en er voor te zorgen dat ieder kind uiteindelijk terecht komt op de voor hem/haar meest geschikte vorm van voortgezet onderwijs.
Voor de middelbare schoolkeuze zijn de volgende zaken van belang:
De resultaten behaald bij de toetsen van het leerlingvolgsysteem
Het schooladvies dat in onderlinge samenspraak door leerkrachten van de bovenbouw, leerlingco?rdinator en directie wordt opgesteld
De wensen van leerling en de ouders met betrekking tot de middelbare schoolkeuze
Eventuele aanvullende toetsen en/of onderzoeken
De resultaten van de Cito-eindtoets
De werk- en leerhouding van het kind
Tijdens de eerste maanden in groep 8 worden de kinderen en hun ouders zo goed mogelijk ge?nformeerd over de diverse mogelijkheden van voortgezet onderwijs.
De kinderen bezoeken bovendien een school van voortgezet onderwijs in de omgeving en samen met hun ouders kunnen ze de diverse open dagen bezoeken.
Tijdens de ouderavond in november/december wordt het voorlopige schooladvies met de ouders besproken. Voor de meeste kinderen ligt de keuze dan al vast. Bij sommige leerlingen wordt de keuze nog even open gelaten zodat we nog beter zicht krijgen op de mogelijkheden van het kind.
In januari organiseren veel scholen in de regio open dagen of informatieavonden zodat de ouders zich nog beter kunnen laten informeren over de diverse mogelijkheden.
Begin februari volgt de Cito-toets. Het belang van de Cito-uitslag moet zeker niet overtrokken worden. Het is vaak slechts een bevestiging van de leercapaciteiten van de leerling. Zaken als inzet, huiswerkhouding, sociaal emotioneel gedrag, enz. worden door het Cito niet bekeken, maar zijn natuurlijk voor de leerkrachten wel van groot belang bij het bepalen van het schooladvies.

Leefstijl
Onze school is onlangs begonnen met het programma "Leefstijl".
Het is een programma waardoor leerlingen zich bewust worden van waarden en normen. Niet theoretisch of door ze op te leggen ,maar in de praktijk: samen met de klasgenoten worden er activiteiten en opdrachten gedaan die het besef van goed omgaan met elkaar versterken.
Inhoudelijk wordt er aandacht besteed aan het ontwikkelen van zelfvertrouwen, beslissingen durven nemen, je gevoelens uiten, luisteren en rekening houden met anderen.
Daarnaast biedt het programma ook gezondheidsvaardigheden aan. Hierbij speelt vooral preventie een rol. Op steeds jongere leeftijd beginnen kinderen te experimenteren met roken,alcohol en drugs. De leeftijdsfase tussen tien en veertien jaar blijkt een kritieke periode. Effectieve preventie moet dan ook vόόr die leeftijd beginnen.
Om ouders zoveel mogelijk te betrekken bij de lessen op school zijn er verschillende huiswerkopdrachten die u samen met uw kinderen kunt doen. We boden u een thema-avond aan over dit onderwerp op 19 april j.l..
U ontvangt hierover nog nader bericht.
Als u wilt weten wat de ervaringen van scholen zijn met het Leefstijlprogramma, kijkt u dan op www.leefstijl.nl
Hoogbegaafdheid
Het afgelopen jaar zijn we gestart als team met het verkennen en beleid maken voor meer begaafde kinderen, omdat ook deze kinderen extra aandacht nodig hebben. We zijn op zoek gegaan naar manieren om deze kinderen wat meer onderwijs op maat te geven.
Daarvoor hebben we met het team verschillende bijeenkomsten gehad onder leiding van een deskundige van de Schoolbegeleidingsdienst (SBD). De eerste stap was hoe herken je deze kinderen. Vervolgens hebben we gekeken naar wat we deze kinderen kunnen bieden.
We werkten al met ABC groepen. Deze kinderen behoren tot de A- groep. Voorheen konden ze met een korte instructie direct aan de gang, maar ze maakten wel alle stof. Ook stof die ze al lang onder de knie hadden. We zijn binnen het rekenonderwijs gestart met de werkwijze die compacting heet.
Daarbij wordt voor deze kinderen uit de hele leerstof die stof uitgekozen die zij voor hun ontwikkeling nodig hebben. Dat houdt in dat deze kinderen niet meer alle stof maken. Routeboekjes geven aan wat begaafde leerlingen uit de methode, per les moeten doen en maken en wat zij mogen overslaan. Hierdoor houden ze tijd over. Deze tijd kan ingezet worden voor verrijking en verdieping. Ze krijgen stof aangeboden die meer uitdaging biedt. Dit willen we ook doorvoeren in andere vakgebieden.

Het rugzakje
Welke keuzes maak ik voor mijn kind? Dit is een vraag die alle ouders bezig houdt, maar vaak nog sterker als het kind een handicap heeft. E?n van die keuzes is de keuze voor het onderwijs. Welke school past het beste bij mijn kind?
ouders met een kind met een handicap kunnen een keuze maken uit een reguliere (gewone) basisschool of een speciale school. Om hiervoor in aanmerking te komen moet het kind aangemeld worden door de ouders bij het Regionale Expertice Centrum (REC). Dit REC beoordeeld of een kind een indicatie krijgt. Het kind kan dan geplaatst worden op een speciale school, of ouders kiezen voor de gewone school en dan kan zo'n kind in aanmerking komen voor een leerlinggebonden financiering (LGF) ook wel rugzakje genoemd.
Door het REC wordt een ambulante begeleider aangewezen die zowel de ouders als de school gaat begeleiden. Met het rugzakje kunnen extra voorzieningen getroffen worden om het kind op de gewone school zo goed mogelijk te laten functioneren. Dit alles wordt vastgelegd in een handelingsplan.
We willen met zijn allen bereiken dat zoveel mogelijk kinderen op de gewone basisschool kunnen blijven en daarbij elk kind de zorg geven die het nodig heeft.
Voor meer informatie:
www.oudersenrugzak.nl.

Zicht op de Leilinde
de speel-/praatgroep
Op 27 september zijn we op de Leilinde gestart met sociale vaardigheidstraining (SoVa). Waarom doen we dat?
Sommige kinderen missen bepaalde sociale vaardigheden of durven ze niet te gebruiken. Zij vallen op school op door hun teruggetrokken, faalangstig gedrag of juist door hun ongeremd, agressief gedrag. Zij dreigen door dit onvaardige gedrag in contacten met leeftijdgenoten (en ook volwassenen) steeds opnieuw in moeilijkheden te raken.
Dit kan er toe leiden dat kinderen een negatief zelfbeeld ontwikkelen en weinig zelfvertrouwen overhouden. Hierdoor ontstaan nog meer problemen en kinderen raken in een negatieve spiraal. In de speel-/praatgroepen wordt geprobeerd om in tien bijeenkomsten deze negatieve spiraal te doorbreken middels het op gang brengen van gedragsverandering en het reduceren van belemmerende gevoelens en denkpatronen. Daarmee wordt voorkomen dat kinderen helemaal vastlopen, geen vriendjes meer overhouden, geen zin meer hebben om naar school te gaan en daardoor ook hun leermotivatie verliezen. Om kinderen te kunnen steunen in hun veranderingsproces, worden ook groepsleerkrachten en ouders ge?nformeerd en geadviseerd.
Hoe komt zo'n groep tot stand?
In overleg met de leerkrachten worden kinderen geselecteerd. In samenspraak met psychologen van de GGD wordt dan een definitieve keuze gemaakt.
Daarna volgt een gesprek met ouders en kind om de leerdoelen vast te stellen.
De eerste reacties van de kinderen zijn erg positief.

Leefstijl
Vorig jaar hebben we de methode "Leefstijl" aangeschaft. In eerdere info's hebben we daar al melding van gedaan. Dit is het eerste jaar dat we volledig werken met Leefstijl zoals het bedoeld is.
In Leefstijl komen een aantal thema?s aan de orde die we beurtelings in de info aan de orde willen gaan stellen. Bovendien houden we thema-avonden voor ouders om onderwerpen samen met hen verder uit te diepen.
In de eerste drie thema's ligt de nadruk op het scheppen van een goede sfeer in de klas en het aanleren van enkele basisvaardigheden: luisteren en gevoelens uiten. Op deze basisvaardigheden wordt voortdurend een beroep gedaan, verder geoefend en versterkt.
In het begin van het schooljaar wordt aandacht geschonken aan de afspraken die bijdragen aan een goede sfeer en een goed klimaat in de klas. Als kinderen in staat zijn om goede contacten met elkaar te leggen en vriendschappen te sluiten, bevordert dat de sfeer in een groep. Ook is er in die eerste weken aandacht voor je veilig voelen in de klas.
Het is belangrijk dat kinderen naar elkaar kunnen luisteren en iedereen moet de kans krijgen om zijn gedachten uit te spreken. Hiervoor zijn luisteroefeningen bedacht die de kinderen op weg kunnen helpen.
In het derde thema over sfeer wordt aandacht geschonken aan gevoelens; zeggen wat je dwars zit en andere problemen oplossen. De woordenschat over gevoelens wordt uitgebreid en we leren de kinderen vaardigheden om hun gevoelens te uiten. Hoe kun je een ruzie oplossen, hoe ga je om met boosheid, welke vaardigheid heb je nodig om te kunnen zeggen wat je dwarszit?

Het sofinummer in de schooladministratie
Scholen zijn verplicht volgens de Wet op het Onderwijsnummer om van alle leerlingen het sofinummer in de schooladministratie op te nemen.
Ouders hebben van de belastingdienst het sofinummer ontvangen via "kennisgeving Sofinummer".
In september zal de school u verzoeken om het sofininummer op een formulier te vermelden en om een kopie bij te voegen van een van overheidswege verstrekt document, waarin de gegevens naam, voorletters, geboortedatum en sofinummer zijn opgenomen. De documenten die hiervoor gebruikt worden zijn :
- Kennisgeving sofi-nummer
- Eigen paspoort van de leerling
- Eigen identiteitskaart van de leerling
- Uitreksel uit de gemeentelijke Basisadministratie (met vermelding van sofinummer) (niet gratis)
Ook kan de kennisgeving plaatsvinden via de zorgpas of zorgpolis.
Als u het sofinummer van het kind kwijt bent, kunt u een nieuwe opgave aanvragen bij de belastingdienst of bij het bevolkingsregister. In het laatste geval bent u leges verschuldigd.
|